Omgevingsvisie Omgevingswet Kwaliteit Leefomgeving Waardenkaart
Je bent als bureau de waarden en kansen aan het verkennen met bewoners voor hun poldergebied, omdat het tot 2030 uitgeroepen is tot ‘Pauzelandschap’ (in lijn met het gemeentebeleid voor inbreiding van de stad en bouwstop in het buitengebied) en dan komt het besluit vanuit het college en de provinciale staten voor ‘ambitie energietransitie’ in dat Pauzelandschap. Wat doe je dan?

Schuurlab Rijnenburg

Verenigd in ‘Schuurlab Rijnenburg’, een ‘stadslab’ ondersteunt door het Stimuleringsfonds van de creatieve industrie’, gaan we als ontwerperscollectief door om de waarden en betekenis van het landschap, de plekken, de verhalen, het karakteristieke van het gebied te koesteren nu, en in de toekomst. We werken ook verder aan het stimuleren en mogelijk maken van de kansen die er nu liggen, om het gebied mooi en vitaal te houden. Ons credo is behoud door ontwikkeling; een ‘pauze’ moet niet tot stilstand, of nog erger achteruitgang, leiden voor de cultuurhistorische waarden van het gebied, voor de bewoners en voor de gebruikers van het landschap. In onze verdere aanpak nemen we nu de kwestie mee, als er zonnepanelen en windmolens geplaatst gaan worden, hoe dan?

Een autonoom stadslab op een gemeentelijke informatiemarkt

Tijdens de ‘Informatiemarkt duurzame energie in Rijnenburg’ hadden we onze eigen stand. Een moedige keuze van de gemeente Utrecht, die hiermee een initiatief toelaat, die niet direct gerelateerd is aan duurzame energievoorzieningen, maar een autonoom initiatief is, dat voor een integrale aanpak pleit. Aan de andere kant ook een logische keuze. Gemeente Utrecht pleit ervoor om in te spelen op initiatieven uit de samenleving en bewoners te betrekken bij de planvorming. Overigens, precies zoals de Omgevingswet 2019 dat ook voorschrijft.

Hoeveel moet je samen met de gemeente doen?

Tijdens de Stadslabbijeenkomst deze week nog, ‘Samenwerken aan dorp, stad en land, was het geluid uit vrijwel alle stadslabs uit het land, dat juist de samenwerking met de gemeente een lastig punt is. Hoeveel en hoe weinig? Meedraaien met de gemeentelijke programma’s en opgaven? Juist volledig autonoom en bottom-up werken? Een ambtenaar opnemen in je Stadslab of niet? Ruimtelijke ordening journalist Marijke Bovens, verwoordde wat wij als Stadslab allemaal ervaren: “Gemeente en Stadslab zijn tegenhangers maar geen tegenpolen, ze hebben elkaar nodig”.

Vervallen in de oude manier van stedenbouw

Het Stimuleringsfonds stelde tijdens de bijeenkomst dat het belangrijk is, om juist nu door te gaan met de Stadslabs. Tijdens de crisis hebben allerlei initiatieven en bewoners uit de samenleving zich ontpopt tot ware ‘stadsmakers’ en nu de markt aantrekt zien veel stadsmakers, onderzoeksinstellingen, maar ook ambtenaren, dat zowel de gemeentelijke organisaties als het gemeentebestuur de neiging hebben, om te vervallen in de oude manier van ‘stedenbouw’: géén echte invloed vanuit de samenleving, snelle blauwdrukplannen en onderhandelingen tussen bestuur en marktpartij achter gesloten deuren. De Stadslabs als tegenhanger zijn dan extra belangrijk om de maatschappelijke opgaven te agenderen. Dat was dan ook de conclusie in onze deelsessie groep; we moeten al die mooie Stadslabresultaten na afloop bundelen tot één groot advies over wat we doen en hoe we het doen. Een advies die ‘de andere manier van stedenbouw’, ‘gebiedsontwikkeling nieuwe stijl’, ‘maatschappelijke waardecreatie in de gebiedsontwikkeling’ – hoe je het ook noemt – landelijk op de agenda zet. Bijvoorbeeld als input voor het proces rondom de Nationale Omgevingsvisie of voor de aanpak van de gemeentelijke omgevingsvisies.

Duurzame energie, het landschap en de mensen

In Schuurlab Rijnenburg hebben we het op ons genomen, om ‘Middle-up-down’ te werken, dat wil zeggen de initiatieven, de wensen, de dromen van bewoners en gebruikers van het gebied (bottom-up) te verbinden met de taken en de agenda’s van overheden, organisaties en ontwikkelaars (top-down). Onze aanwezigheid op de informatiemarkt duurzame energie was daar onderdeel van. Terwijl alle aandacht van de gemeente gericht is op de energieaanbieders om de energietransitie, de publieke taak, voor elkaar te krijgen, gingen wij in gesprek met bezoekers over de ‘Waardenkaart’ en de ‘Kansenkaart’, die wij in samenwerking met bewoners hebben gemaakt en die met een aantal gebruikers, grondeigenaren, de gemeente Utrecht en de provincie al zijn besproken.

We hebben met bezoekers besproken hoe de ambitie voor duurzame energie zich verhoudt ten opzichte van de Waardenkaart; het DNA van het gebied. We hebben concreet bekeken hoe het initiatief van Eneco voor grote windmolens en het initiatief van ‘Rijne Energie’ met kleinschaligere energievoorzieningen volgens een coörporatie gedachte, zich verhoudt tot de Kansenkaart. De meningen en ideeën liepen uiteen. Bij de een heerst het idee, dat ‘die molens er toch nooit komen, net als de woningbouw’, de ander is fel tegen ‘die ondingen in het landschap’ en weer andere vinden suggesties voor inpassing in het landschap volgens de karakteristiek van ‘open ruimte’, ‘lijnen’ en ‘plekken met verhalen’ een goede oplossing. Het werd in elk geval duidelijk dat zoals Schuurlab het doet, uitgangspunt nemen in het bestaande landschap en de bestaande waarden, anders is dan de windmolenmaat van Eneco, die op dit moment het meest economisch aantrekkelijk is, leidend te laten zijn. In onze aanpak worden wij gesteund door het advies van de Raad van de Leefomgeving, ‘Verbindend Landschap’, dat omschrijft hoe om te gaan met de energietransitie.

Advies Rli: ‘Verbindend landschap’

Het advies is op bijzondere manier tot stand gekomen. Niet alleen heeft een zeer deskundige groep zich zelf over de problematiek gebogen, ze hebben ook deelgenomen aan gebiedssessies met bewoners en ze hebben een Challenge georganiseerd voor ontwerpbureaus en onderwijsinstellingen, over hoe zij het landschap over 50 jaar zien. Een zeer gedegen advies waar een grote en gemêleerde groep aan bijgedragen heeft en waar overheden, zo ook de gemeente Utrecht in het geval van Rijnenburg, gretig gebruik van zouden moeten maken.
De hoofdaanbeveling luidt: Stel het landschap centraal bij de ruimtelijke vormgeving van duurzaamheidstransities en verbind daarmee de samenleving met deze transities én met de kwaliteit van het veranderende landschap.
Bij ruimtelijke ingrepen wordt geadviseerd om drie kernpunten te handteren:

1. Benut de duurzaamheidstransities om waardevol landschap te creëren;
2. Verken de betekenis en de waarden van het landschap in een open gesprek met bewoners en bezoekers;
3. Maak gebruik van een ontwerpende benadering bij de ruimtelijke vertaling van transitieopgaven.

De ambitie om duurzame energievoorzieningen in Rijnenburg te realiseren, zou een uitstekende aanleiding zijn om dit advies in de praktijk te brengen en volgens mij zitten we met z’n allen op de goede weg. Gaat het de gemeente Utrecht en Schuurlab Rijnenburg lukken, om in samenwerking met alle partijen een waardevol landschap te creëren?