Omgevingswet Omgevingsvisie Omgevingsplan Informele inrichting Informele ontmoeting
Net terug van vakantie op een kleine, Zuidfranse camping zit ik na te denken over de gesprekken aldaar. Gesprekken met Nederlanders over hoe fijn de informaliteit van een camping is en hoe makkelijk je met elkaar in gesprek raakt. Heel anders dan thuis in het Nederlandse rijtjeshuis of in de stadswijken. Gauw komen we op hoe de inrichting van de leefomgeving het gevoel en het gedrag van mensen beïnvloedt.

Informele ontmoetingen

Het valt op dat de vele ontmoetingen op de camping vaak tot stand komen tijdens je natuurlijke gang op de camping. Je loopt van je tent naar de visvijver en komt iemand tegen op het pad. Je gaat op de picknickbanken zitten bij de bomen met touwladders en er komen anderen bij. Snel wordt er dan een gesprek aangeknoopt. Zo’n camping is natuurlijk een leefomgeving in het klein. We hebben het over of je nou die sfeer en die laagdrempelijke ontmoetingen ook in Nederland vindt? Komt het doordat je in de vakantiemodus zit? Dat niet, ook al hebben mensen vakantie, ze geven aan dat het gevoel en het gedrag in hun rijtjeshuis- en stadswijken toch anders is, dan op de camping.

Nederland is ‘over-ingericht’

Hoe komt dat dan, wat is er anders in een Nederlandse woonwijk?
‘Alles is zo strak en over-ingericht in Nederland, alles lijkt op elkaar en er is geen plek waar er gewoon niets is’, zeggen mijn mede kampeerders. Ik moet denken aan een discussie jaren geleden, in de tijd dat ik aan de Vinexwijken werkte. Met vakgenoten hadden we een discussie of we een leeg veld zouden moeten inplannen in de wijk om te voorkomen dat alles zo dichtgetimmerd ingericht werd, dat er geen ruimte meer was – letterlijk en figuurlijk – voor een eigen invulling van de toekomstige bewoners. Een gekke situatie eigenlijk, om massa’s wijken tot in detail in te richten zonder inbreng van de mensen, die daar gingen wonen.

Omgevingspsychologie en leefkwaliteit

‘Schoon, heel en veilig’ was decennialang het streven voor de openbare ruimte en vaak nog steeds bij veel gemeentes. Draagt deze doelstelling bij aan de leefkwaliteit van mensen? Als je met de bril van de omgevingspsychologie kijkt, enigszins wel. In iedere bewonersenquête komt bijvoorbeeld naar voren, dat de mate van criminaliteit als hoger ingeschat wordt wanneer de openbare ruimte verloedert, dan wanneer het ‘schoon en heel’ is, ook al is de criminaliteit gelijk.
Schoon, heel en veilig is zeker geen verkeerde doelstelling. Maar hij omhelst maar één aspect van de kwaliteit van de leefomgeving van mensen. Ik heb door mijn ontwerpprojecten getracht en ervaren, dat de inrichting van de openbare ruimte op veel meer vlakken een bijdrage kan leveren aan de leefkwaliteit. De kunst is om te kijken naar de maatschappelijke thema’s die spelen en een antwoord hierop te geven middels het openbare ruimte ontwerp.

Eenzaamheid en segregatie tegengaan

Twee veel genoemde maatschappelijke thema’s in Nederland zijn eenzaamheid en segregatie.
Om dit tegen te gaan wordt gezocht naar ‘ontmoeting’. Om mensen uit hun eenzaamheid te halen is – logisch genoeg – gebleken dat een zo laagdrempelijk mogelijke manier van ontmoeting een vereiste is. Als het gaat om segregatie tussen verschillende groepen mensen, is het gebleken, dat hoe meer ontmoetingen er tussen verschillende groepen in de maatschappij plaatsvinden, hoe beter het begrip voor elkaar is en hoe minder de kans op volledige segregratie. Het hoeft niet eens ontmoetingen zijn die tot een gesprek leiden, kijken en bekeken worden kan al voldoende zijn om meer begrip te kweken. De openbare ruimte kan in beiden gevallen de arena worden, waarin deze informele ontmoetingen gefaciliteerd én gestimuleerd kunnen worden. Maar dan is het wel nodig, om hier bewust mee bezig te zijn in je ontwerp van de openbare ruimte.

Ontmoeting als ontwerpdoel

Je moet ten eerste uitkijken dat je niet te makkelijk doet over het begrip ‘ontmoeting’. Dat je een plein het label ‘ontmoetingsplek’ geeft, is geen garantie dat er hier mensen bijeen komen. De Deense Jan Gehl heeft hiervan een praktijkstudie gemaakt. Hij heeft in ‘New City Life’, 28 pleinen in Kopenhagen geanalyseerd. Wat blijkt? Pleinen die met de mooiste materialen aangelegd zijn en in de planfase schitterend werden gevonden, schijnen achteraf géén tot weinig mensen te trekken. Dit zijn veelal heel formele ingerichte plekken, met één of geen functie en een uitgesproken architectonisch ontwerp. Een openbare ruimte, waarbij je puur vanuit een architectonisch perspectief ontwerpt zullen geen ontmoetingen teweeg brengen. Het is nodig om te ontwerpen vanuit een bredere kijk op omgevingskwaliteit. Ik kom straks terug op voorbeelden hiervan.

Straks met de Omgevingswet

Die bredere kijk op omgevingskwaliteit sluit naadloos aan bij de geest van de nieuwe Omgevingswet, die in 2019 van kracht is. De wet kan, net als mijn eigen ontwerppraktijk, bij uitstek ingezet worden om het sociale met het fysieke domein te verbinden.
Ik zou gemeentes willen oproepen om nu al te gaan experimenteren, om breed te kijken naar omgevingskwaliteit. Ik zou gemeentes willen oproepen om de kans te pakken en in te spelen op maatschappelijke thema’s voor de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee wordt sociaal en fysiek vanzelf verbonden.

Nu al inspiratie

Nu al kan AM Landskab er inspiratie voor bieden. De komende weken laat ik jullie voorbeelden zien van ontwerpen voor de leefomgeving die vanuit een brede kijk op omgevingskwaliteit zijn ontstaan. Vooruitlopend op jullie Omgevingsvisies en Omgevingsplannen kunnen deze voorbeelden inspiratie bieden van hoe de openbare ruimte een bijdrage kan leveren aan de leefkwaliteit van mensen.
Hou mijn Linkedin in de gaten, ik zal de voorbeelden daarop posten.